Vlinders

555 pieces of luck

Voor mijn beeldend afstuderen in 2012 heb ik 555 vlinders gemaakt van spijkerstof. Mijn concept had vooral betrekking op het maakproces. Het uiteindelijke werk was een installatie, een kleine ruimte waar je in kon lopen.

Mijn werk symboliseert een krampachtige, dwangmatige, zoektocht naar geluk. Vanuit een mythe uit Japan, waar de zieke Hiroshima 1000 kraanvogels vouwde omdat ze dan een wens zou mogen doen en genezing zou vinden, ben ik mijn eigen zoektocht, met mijn eigen gelukssymbool (de vlinder) begonnen.

expo ahk 2012 004In plaats van de 1000 heb ik bewust voor 555 gekozen omdat 5 mijn geluksgetal is. En driemaal is scheepsrecht. Ook zat achter de mythe uit Japan de gedachte dat het proces van het maken van de 1000 kraanvogels in zieke toestand, een bepaalde psychologische, meditatieve werking zou hebben en zou leiden tot bezinning en eigenlijk geestelijke genezing. Dit is ook mijn achtergrond.

Door het maken van 555 vlinders, die zeer bewerkelijk zijn om te maken, heb ik voor mezelf een bepaald proces doorgemaakt. Ik was overspannen en met alle stress in mijn lijf gaf de bezigheid, het ritueel en het maakproces mij een bepaalde rust. Ik kon er het dwangmatige van stress, de trilling, in kwijt. Ik moest en zou beeldend afstuderen. Ik kon mijn gedachten uitschakelen en alleen met mijn handen bezig zijn, iets wat mij heel erg hielp.

Ik heb voor vlinders gekozen omdat deze, voor mij persoonlijk, symbool staan voor geluk. Een echte vlinder leeft gemiddeld maar 2 weken. Je ontmoet dezelfde vlinder dus waarschijnlijk maar een keer in je leven. Ook kun je vlinders bijna niet pakken of aanraken omdat je deze dan al snel beschadigd of zelfs dood maakt. Ik vind het dus heel bijzonder als een vlinder een tijdje om me heen blijft vliegen of zelfs op me blijft zitten.

Vlinders worden vaak nagemaakt van papier of ander dun, fragiel materiaal. Ik associeer de textuur van een vlinder echter met textiel. Hierdoor kwam ik op het materiaal spijkerstof, naar mijn idee de sterkste stof die er bestaat. Toen volgde de uitdaging om van zoiets zwaars en log als een spijkerbroek, een lichte, fladderende vlinder te maken.

Het idee dat achter de mythe in Japan zit: dat je na zo’n maakproces een wens zou mogen doen en je dus eigenlijk je eigen genezing kan forceren/afdwingen, vind ik een intrigerend idee. Kan ik mijn geluk afdwingen? Kun je het echt zelf creĆ«ren? Of is en blijft het een ongrijpbaar en ondefinieerbaar begrip? Met de vlinders, gemaakt van de sterkste stof die er is, die de rest van mijn leven mee zullen gaan, probeer ik dit ongrijpbare begrip toch vast te pakken en af te dwingen.

Centraal in de uiteindelijke installatie hangt een halve bol. Deze bol symboliseert een soort onzichtbaar, magnetisch krachtveld waar alle vlinders door aangetrokken worden. De vlinders worden uit elkaar getrokken en tegen elkaar aangeduwd rondom het krachtveld. De kleurpatronen vervagen en ze krijgen allemaal een zelfde soort vorm. Een eenheid. Ze zitten op het ondefinieerbare begrip geluk. Na hun lange reis over de wanden, vloer en plafond, hebben ze hun bestemming bereikt. Als je in de bol kijkt zie je dat de vlinders eigenlijk slechts op een bol van lucht zitten. Ze vormen zelf de bol. Er is niks. Slechts hun eigen schaduwen die een magisch effect op de muur geven. Want geluk is en blijft ongrijpbaar, toch?

De installatie moest na de expositie afgebroken worden en de vlinders liggen nu opgeslagen in bakken te wachten tot ze mogen fladderen naar een nieuwe bestemming of expositie. Weet u een mooie bestemming voor deze vlinders? Neem dan even contact met mij op.